Het sprookje - _het sprookje - Sprookjescamping de Vechtstreek

de vakantie camping voor kinderen camping voor de kinderen gezinscamping

Hoe het allemaal begon...

Het Sprookje van Hannah de Heldhaftige


Er leefde eens een meisje en ze heette Hannah de Heldhaftige. Iedereen vond haar erg dapper en daarom werd ze ook wel Hannah de Heldhaftige genoemd. Omdat ze altijd al een prinses in een kasteel had willen zijn, besloot ze op een dag op zoek te gaan naar het mooiste plekje op de wereld. "Doeiouwekoei" zei Hannah tegen iedereen. Ze pakte haar Knuffelbeer Bumpie en ging op reis.

Onderweg kwam ze een toverfee tegen. "Ik ben Tati de Toffe Toverfee" zei de fee. "Dag als het mag" zei Hannah beleefd. "Ik ben Hannah en dit is Bumpie de Beer. Wij zoeken het mooiste plekje van de wereld. Kun jij ons helpen?" De Toverfee dacht diep na, zwaaide met haar toverstaf en deed een moeilijke spreuk. Er klonk een harde donderslag en plotseling was er rook. Daarna was het stil. Hannah keek om zich heen, maar er gebeurde niets. "Mijn toverspreuken lukken nog niet altijd," verontschuldigde de toverfee zich, "maar ik weet nog wel een feeëndans". En zo leerde Hannah een prachtige dans van de fee. Maar Hannah moest verder op zoek. "Doeiouwekoei!" zei Hannah vrolijk en ging weer op pad. De toverfee moest lachen en zei: "Doeiouwekoei!".

Toen Hannah een heel stuk had gelopen, kwam ze een klein draakje tegen. "Dag, ik ben Droesem de Draak", sprak het draakje. "Ik word later een vuurspuwende draak". "Dag als het mag" zei Hannah. "Ik zoek het mooiste plekje van de wereld". "Goh", zei Droesem, "ik ken alleen de Drakengrotten, maar ik kan je wel een mooie schat laten zien". "Dat is goed", zei Hannah en samen gingen ze kijken. "Wat mooi" zei Hannah. "Je mag het aan niemand vertellen hoor", fluisterde Droesem. "Afgesproken", fluisterde Hannah. "Doeiouwekoei!" En op haar tenen sloop ze verder. Het draakje krabde achter zijn oor: "Doeiouwekoei?"

Toen Hannah verder liep, kwam ze in een donker woud, waar de bomen steeds kleiner werden, dit moet het Kabouterwoud zijn dacht Hannah en riep: "Dag als het mag, is daar iemand? "Plots stond er een klein mannetje met een groene muts. "Ik ben Kabor Kabouter. Wie zijn jullie?" "Ik ben Hannah en dit is Bumpie. Wij hebben honger." "Dan zal ik paddenstoelensoep maken," zei Kabor. Ze aten de soep uit hele kleine soepkommen, dus Hannah at wel 5 kommen leeg. "Ken jij het mooiste plekje van de wereld?" vroeg Hannah aan de kabouter. Hij schudde zijn puntmuts. "Nou in ieder geval bedankt voor de soep", zei Hannah. "Doeiouwekoei!" Kabor Kabouter lachte: "Doeiouwekoei!"

In de middag hoorde Hannah een prachtige stem. De stem was zo mooi, dat ze er verliefd op kon worden. Maar de stem hoorde bij een kikker met een kroontje. "Ik ben Lodewijk de Kikkerpins," zei de kikker. "Ik ben eigenlijk een mooie prins. Ben jij een prinses?" "Dat weet ik niet", zei Hannah. "Want", zei de kikker, "als je me kust, verander ik in een prins."Hannah kuste de kikker maar er gebeurde niets. "Jammer" zei Hannah, "jij bent geen echte prins, doeiouwekoei!"

Hannah liep verder en kwam bij een bloementuin. Daar stond een verlegen bloemetje en Hannah zei: "Dag als het mag, weet jij waar het mooiste plekje van de wereld is?" Het bloempje zei verlegen; "Ik ben Maartje Mensbloem en ik ben nog nooit ergens anders geweest. Ik denk dat dit het mooiste plekje is." Alle mensbloemen op het veld begonnen te kletsen over de mooie kleuren en heerlijke geuren van de bloementuin. Hannah moest toegeven dat het prachtig was, maar het was niet wat ze zocht. "Doeiouwekoei!" zei Hannah en liep verder. "Doeiouwekoei" klonk het in koor.

Aan het einde van de dag klopte Hannah aan bij de Elfentoren. Wanda de Waterelf deed open. "Dag als het mag" zei Hannah. "Wij zijn moe en willen graag slapen." "Dat kan," zei Wanda. Bumpie en Hannah vielen snel in slaap, toen de Waterelfen prachtige slaapmuziek speelden. De volgende dag gingen Hannah en Bumpie weer op pad en Wanda zei: "ik ken een verlaten kasteel, niet zo ver hier vandaan, het is niet mooi, maar het is wel een plekje". "Dankjewel voor alles en Doeiouwekoei!" zei Hannah en ging weer dapper op pad.

Niet veel later stond Hannah voor het verlaten kasteel. Mooi was het niet, maar ze sprak: "Dit wordt het mooiste plekje van de wereld". Samen met Bumpie knapte ze het hele kasteel op en 's avonds was ze klaar. Het zag er prachtig uit. Iedereen werd uitgenodigd voor een feestje in de Kasteelkeuken, de Waterelfen maakten muziek, Kabor Kabouter maakte heerlijke soep, Tati de Toffe Toverfee deed een toverdans en Maartje Mensbloem vertelde in geuren en kleuren over de bloementuin. Bumpie de Beer luisterde aandachtig. Hannah danste met Lodewijk de Kikkerprins. "Je zou een mooie prinses zijn," zei de kikker. Het was voor iedereen een prachtig feest.

Op een morgen schrok Hannah wakker van veel lawaai bij de rivier. De Botteriken kwamen aan land. "Dit moet het mooiste plekje zijn!" riep de boze Botterbaas. Ze stapten woest uit hun boot en veroverden alles in het hele land, zelfs de drakenschat. Alles, behalve Hannah's Kasteel. Iedereen vluchtte naar het kasteel. "Zeg wat we moeten doen Hannah," zeiden de vrienden bang. Hannah ging naar de Knuffelboom om raad te vragen. "Bevries de Botteriken met een moeilijke spreuk," sprak de boom wijs en Hannah rende terug. Ze zette vlug de toverhoed van Tati de Toffe Toverfee op en sprak de allermoeilijkste spreuk die ze kende. En van het ene op het andere moment waren alle Botteriken bevroren en werd het weer rustig. De vrienden van Hannah waren gered. "Lang leve Hannah de Heldhaftige, ze is voor niemand bang," zongen ze opgelucht. Hannah liep naar de arme Botterbaas die nu helemaal alleen was. Ze gaf hem een hand en lachte: "Doeiouwekoei!"